Teruggrijpen naar traditionele ambachten is één manier om de wegwerpmaatschappij stokken in de wielen te stelen.
In dit artikel bespreken we een tweede mogelijkheid: het ontwerp van modulaire gebruiksvoorwerpen, waarvan de afzonderlijke onderdelen na gebruik kunnen dienen voor het ontwerp van een nieuw gebruiksvoorwerp.
Een aantal opmerkelijke projecten combineert de modulariteit van systemen zoals LEGO en Meccano met de collaboratieve kracht van initiatieven zoals Wikipedia of Linux. Het doel is een open modulair ontwerpsysteem gericht op het hergebruik van onderdelen, dat niet alleen duurzaam maar ook democratisch is.
——————————————————————————————————–
|
// http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js // http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js |
——————————————————————————————————–
Een modulair systeem combineert de voordelen van standaardisatie (onderdelen kunnen in grote aantallen en dus goedkoop worden geproduceerd) met de voordelen van maatwerk (met een relatief klein aantal verschillende onderdelen kunnen heel veel verschillende, unieke objecten worden gebouwd). Modulariteit vind je in min of meerdere mate terug bij heel wat producten (computers en fietsen zijn goede voorbeelden), maar de meest complete modulaire systemen kennen we uit onze kindertijd: LEGO (op de markt sinds 1947) en Meccano (op de markt sinds 1902).
Beide systemen bestaan uit een relatief klein aantal verschillende elementaire bouwstenen waarmee alle mogelijke objecten kunnen worden gebouwd. Die constructies kunnen vervolgens weer makkelijk uit elkaar worden gehaald, om met dezelfde bouwstenen iets totaal nieuws te bouwen. Naast de elementaire bouwstenen zijn er ook een groot aantal specifieke bouwstenen, die minder veelzijdig zijn maar de mogelijkheden tot maatwerk nog veel groter maken.
Alle verschillende bouwstenen van LEGO of Meccano passen in elkaar omdat ze allemaal volgens strikte regels zijn ontworpen. De gaatjes (Meccano) of noppen (LEGO) staan op een welbepaalde afstand van elkaar en hebben een specifieke diameter, terwijl de afmetingen van de bouwstenen precies op elkaar zijn afgestemd.
Het langdurige succes van LEGO en Meccano is gebaseerd op het feit dat die regels nooit zijn veranderd. Alle nieuwe bouwstenen die in de loop der jaren werden toegevoegd, zijn compatibel met de al bestaande bouwstenen. Kinderen vandaag kunnen hun LEGO- of Meccano-collectie perfect uitbreiden met de collectie van hun ouders of grootouders. Tweedehands is het speelgoed dan ook bijna evenveel waard als nieuw in de winkel.
LEGO voor ontwerpers
OpenStructures (OS), het experimentele project dat vijf jaar geleden werd opgestart door Thomas Lommée, past een soortgelijk modulair constructiemodel toe als LEGO en Meccano, maar dan voor alledaagse gebruiksvoorwerpen. De spil van het systeem is ook in dit geval een set van afmetingen (het “OS grid“), waarvan een vierkant van 4 x 4 centimeter de elementaire bouwsteen of metrische eenheid vormt. Het systeem is schaalbaar: de vierkanten kunnen verder worden onderverdeeld, of ze kunnen worden samengevoegd, terwijl de compatibiliteit met andere onderdelen behouden blijft. Op de illustratie hieronder zie je negen volledige vierkanten van 4 x 4 centimeter bij elkaar.

De grenzen van de vierkanten markeren de afmetingen van rechthoekige onderdelen, de diagonalen
bepalen de assemblagepunten, en de ingesloten cirkels definiëren
gangbare diameters. Net als bij LEGO of Meccano moet een onderdeel
aan minstens één
voorwaarde voldoen om compatibel te zijn met andere onderdelen: ofwel
moeten de afmetingen overeenkomen met de horizontale lijnen, ofwel moeten de assemblagepunten zich op de juiste afstand van elkaar bevinden, ofwel moeten de diameters dezelfde zijn. Hieronder zie je een onderdeel dat aan twee voorwaarden voldoet.
Op basis van dit eenvoudig universeel systeem kan een zeer groot aantal
verschillende onderdelen worden ontworpen, die op verschillende manieren
kunnen worden gecombineerd met andere, compatibele onderdelen. Een tweede basisregel is dat alle onderdelen op zo’n manier aan elkaar worden bevestigd dat ze makkelijk te demonteren zijn. Er wordt dus gebruik gemaakt van bijvoorbeeld schroeven of bouten, maar niet van lijm of spijkers.
Open modulair systeem
Er is ook een fundamenteel verschil tussen OpenStructures en systemen zoals LEGO en Meccano. De twee laatstgenoemde zijn ‘gesloten’ modulaire systemen. De onderdelen worden ontworpen en geproduceerd door één welbepaalde fabrikant. Het gevolg is dat alle onderdelen uniform zijn. Alle bouwstenen van LEGO zijn bijvoorbeeld gemaakt uit plastic. Er zijn geen houten, metalen, glazen of keramieken LEGO-bouwstenen. Er is slechts een beperkt assortiment van kleuren. En als een andere ontwerper een geniaal idee heeft voor een onderdeel dat compatibel is met LEGO of Meccano, kan hij of zij dat niet op de markt brengen omdat beide systemen gepatenteerd en afgeschermd zijn.

OpenStructures is, zoals de naam al doet vermoeden, een ‘open’ modulair systeem. Dat betekent dat iedereen onderdelen kan ontwerpen, zolang ze maar compatibel zijn met de al bestaande onderdelen, en dus met de hierboven beschreven basisregels. Dezelfde benadering wordt al enige tijd succesvol toegepast met ‘open’ software, zoals Linux (een open besturingssysteem), OpenOffice (een open kantoorsoftwarepakket) of WordPress (een open blogplatform). De computercode voor deze systemen wordt geschreven door een groot aantal mensen, die allemaal een onderdeel bouwen van een groter geheel.
Ook Wikipedia kan als een bijzonder succesvol open modulair systeem worden beschouwd, omdat iedereen er naar believen onderdelen of componenten (paragrafen of artikels) aan kan toevoegen. Bij al deze projecten is het van essentieel belang dat alle deelnemers zich aan de basisregels en uitgangspunten houden. Alleen op die manier kan een groot aantal mensen onafhankelijk van elkaar onderdelen toevoegen die onderling compatibel zijn.

Het doel van OpenStructures is dus het ontwerpen van gebruiksvoorwerpen volgens dit ontwerpmodel van open modulaire software. In plaats van computercode of tekst ontwerpt een groot aantal mensen onafhankelijk van elkaar modulaire en onderling compatibele fysieke onderdelen. Anders gezegd: OpenStructures is te vergelijken met een LEGO of Meccano waarvoor iedereen bouwstenen mag ontwerpen. Net als bij software kunnen die onderdelen door andere deelnemers kritisch worden bekeken, aangepast, verder ontwikkeld en op verschillende manieren gecombineerd.
Het voordeel van een open modulair systeem is dat er veel meer kan worden bereikt en dat er veel sneller kan worden geïnnoveerd. Zo heeft Wikipedia op slechts tien jaar tijd de Encyclopedia Britannica (een ‘gesloten’ encyclopedie) vrijwel geheel overbodig gemaakt. Daarnaast zorgt het model ook voor een grote diversiteit. Er zijn honderden verschillende versies van Linux en het wiki-sjabloon wordt ook voor duizenden andere informatieve projecten gebruikt. Dezelfde voordelen zijn ook te verwachten als een open modulair systeem wordt toegepast op fysieke objecten.
Duurzame gebruiksgoederen
In het geval van objecten biedt een open modulair systeem nog een bijkomend voordeel dat erg belangrijk is. Het stimuleert hergebruik van fysieke onderdelen en componenten, en is daarom een duurzaam alternatief voor de productie van gebruiksgoederen. De meeste producten die nu door middel van een gesloten (en hoofdzakelijk niet-modulair) systeem worden ontwikkeld, belanden na een paar jaar op de afvalberg. Veel fabrikanten van gebruiksgoederen stimuleren de consument om een product zo snel mogelijk te vervangen, ofwel door het product zo in elkaar te zetten dat het snel kapot gaat, ofwel door nieuwe versies van producten te ontwerpen die de vorige versie verouderd maken.
Dat levert niet alleen een gigantische hoop afval op, maar het kost ook veel energie en grondstoffen. Wegwerpproducten kosten de consument bovendien veel geld. Gebruiksgoederen die worden ontworpen via een open modulair systeem, hebben die nadelen niet. Snelle innovatie van producten blijft mogelijk, maar de onderdelen van een verouderde generatie objecten kunnen opnieuw worden gebruikt. Daarbij kunnen producten van een open modulair ontwerpproces veel makkelijker worden hersteld, omdat ze eenvoudig uit elkaar kunnen worden gehaald.
Circulatie van onderdelen
“Terwijl eBay zorgt voor een circulatie van objecten, en cradle-to-cradle zorgt voor een circulatie van materialen, zorgt OpenStructures voor een circulatie van onderdelen en componenten”, vertelt Thomas Lommée in zijn atelier in Brussel. “Onze ambitie is in feite het creëren van puzzels in plaats van statische objecten. OpenStructures moet objecten produceren waarvan niet meer echt duidelijk is wie ze heeft ontworpen. Een object evolueert naarmate het door meer ontwerpers onder handen wordt genomen.”
Een mooi voorbeeld daarvan zijn de keukentoestellen die in het kader van het project werden ontworpen. Een aantal onderdelen die aanvankelijk door een eerste ontwerper werden gemaakt voor een met de hand aangedreven koffiemolen, werden door een tweede ontwerper gebruikt om er, samen met andere onderdelen, een koffiezetapparaat mee te maken (foto hierboven, ontwerp door Jesse Howard). Dat apparaat werd vervolgens door een derde ontwerper verder ontwikkeld tot een waterfilter (foto hieronder, ontwerp door Dries Verbruggen).
Bij die laatste metamorfose werd de plastic fles die als waterreservoir diende voor het koffiezetapparaat, vervangen door een doorgesneden glazen fles met daarin een filter van klei. Voor het overige is het apparaat identiek. Thomas Lommée: “Door componenten toe te voegen, weg te halen of op een andere manier te gebruiken, krijg je een familie van objecten.”
Transportfiets
Een ander prototype dat uit OpenStructures ontstond, is de transportfiets die Jo Van Bostraeten ontwierp. Hier gaat het om een ander niveau van modulariteit. Het achterste deel van de ‘open bakfiets’ is afkomstig van een gewone fiets. Het frame werd doorgezaagd en het uiteinde ervan werd compatibel gemaakt met het open modulair systeem. De voorkant van de fiets kan daardoor volledig modulair worden opgebouwd. Zo ontwierp Van Bostraeten op basis van hetzelfde frame zowel een transportfiets met twee als met drie wielen.
Lommée en Van Bostraeten ontwikkelden samen ook een modulair motorblok. Het blok bevat een elektrische motor, de aandrijving en de wielen. Daarop kan een soortgelijk blok worden geplaatst dat de batterij bevat. Aangezien het motorblok compatibel is met alle OpenStructures onderdelen, kan het aan het voorste deel van de “fiets” worden vastgemaakt. Het resultaat is dan niet langer een fiets maar een gemotoriseerd transportvoertuig.
Van kinderspeelgoed tot reiskoffer
Het meest recente resultaat van het OpenStructures project is een verzameling kinderspeelgoed. Opmerkelijk is dat deze hele collectie voortkwam uit één component van de transportfiets, namelijk de transportbak (of BlocBox). Die is opgebouwd uit modulaire stukken die aan elkaar worden geschroefd, en dus ook op verschillende manieren kunnen worden gecombineerd. Verschillende ontwerpers gingen met de onderdelen aan de slag. Daaruit
kwamen onder meer een slede, een kinderstoel, een graafmachine en een schommel voort.
“Kinderspeelgoed heeft doorgaans een heel korte levensduur”, zegt Lommée. “Een kind wordt groter en verliest interesse in een stuk speelgoed. Het kan misschien nog worden gebruikt door jongere broertjes of zusjes, maar daarna belandt het ergens op zolder, of het wordt weggegooid. Met modulaire componenten kan steeds iets nieuws worden gebouwd. En als het kind groot is, kan er bijvoorbeeld ook een reiskoffer of een gereedschapskist mee worden gemaakt, of kan het onderdeel worden van een transportfiets.”
Online database
Het
hergebruik van onderdelen wordt vergemakkelijkt en gestimuleerd door een
online database, die op drie manieren kan worden gebruikt.
Ten eerste
kan je een overzicht opvragen van alle objecten die volgens het systeem zijn ontworpen en gemaakt. Bij elk object kan je zien uit welke compatibele onderdelen het bestaat.
Omgekeerd kan je een overzicht opvragen van alle onderdelen
die volgens het systeem zijn ontworpen en gemaakt. Bij elk onderdeel
kan je zien voor welke componenten en objecten ze kunnen dienen. Tot
slot kan je een overzicht opvragen van alle componenten. Je kan zien uit welke onderdelen ze bestaan en welke objecten ermee gemaakt kunnen worden.
Bij alle onderdelen, componenten en objecten vind je ook bijkomende
informatie: wat zijn de afmetingen, uit welke materialen bestaan ze, wie
heeft ze ontworpen, waar kan je ze bestellen, hoeveel kosten ze en wat
is de licentie die erbij hoort? Alle onderdelen en componenten krijgen
bovendien een serienummer. Een open modulair object dat niet langer
nodig is, kan dus uit elkaar worden gehaald, waarna het serienummer van
alle onderdelen of componenten kan worden ingegeven in de database. Zo
kan je zien welke andere objecten je met dezelfde onderdelen en
componenten kan bouwen.
Ontbrekende onderdelen en componenten kunnen vervolgens via de
database makkelijk worden gevonden: ofwel door ze online te bestellen,
ofwel door met de serienummers naar een winkel te stappen, ofwel door
het digitaal plan te downloaden en ze zelf te maken.
Niet iedereen is een doe-het-zelver
Open modulaire productie betekent echter niet dat iedereen zelf
gebruiksobjecten in elkaar moet knutselen. Een object zoals het
koffiezetapparaat zou op minstens drie verschillende manieren kunnen
worden geproduceerd en in de markt kunnen worden gezet.
Een eerste mogelijkheid is dat de consument het digitaal ontwerp (al
dan niet tegen betaling) downloadt en vervolgens het product zelf in
elkaar zet met onderdelen die hij of zij koopt, hergebruikt, of zelf
maakt met behulp van driedimensionale printers en lasersnijders.
Dat laatste zou in de toekomst gewoon thuis kunnen gebeuren (als
3D-printers en lasersnijders beter en goedkoper worden), of in een
zogenaamde fab lab, waar iedereen er gebruik van kan maken. Er zijn intussen een vijftiental fablabs in België en (vooral) Nederland.
Een tweede mogelijkheid is dat een bedrijf de licentie van het
ontwerp koopt (als het ontwerp is beschermd) en het initiatief neemt om
een bouwpakket op de markt te brengen, vergelijkbaar met een doos LEGO
of Meccano. De consument hoeft dan niet langer de afzonderlijke
onderdelen te vinden of te maken, maar zet het product wel nog zelf in
elkaar, net zoals hij een IKEA-meubel in elkaar zet.
Een derde optie is dat een fabrikant het apparaat als afgewerkt
product op de markt brengt. Bijvoorbeeld een koffiezetapparaat wordt in
dit geval verkocht en gekocht als eender welk koffiezetapparaat vandaag.
Het verschil is dat het product demonteerbaar is en dat de onderdelen
na de gebruiksfase voor de productie van andere objecten kunnen worden
gebruikt.
Economisch model: wie fabriceert de onderdelen?
Hoewel het ontwikkelingsproces achter OpenStructures identiek is aan
dat van digitale systemen zoals Wikipedia, Linux of WordPress, is er ook
een fundamenteel verschil. Thomas Lommée: “Computercode of tekst
accumuleert zonder enige materiaalkost. Met objecten is dat anders. Je
hebt materiaalkosten, je hebt investeringskosten. Het gaat dus moeizamer
dan met software. Maar langs de andere kant schuilt daar wel een
economische opportuniteit in. Er bestaat geen succesvol verdienmodel
voor Linux of Wikipedia. Maar in het geval van een open modulair
ontwerpsysteem voor objecten moet er iemand voor de materialen zorgen.”
Met een model zoals OpenStructures zou op verschillende manieren geld
kunnen worden verdiend. Een fabrikant kan ervoor kiezen om een
onderdeel in productie te nemen waar hij brood in ziet. Een andere
producent kan er voor kiezen om een ontwerp als afgewerkt product of als
bouwdoos op de markt te brengen. Een ontwerper kan een digitaal ontwerp
uploaden dat vrij te downloaden is voor persoonlijk gebruik, maar niet
voor commercieel gebruik. De fabrikant die dat product of een bouwpakket
ervan op de markt wil brengen, koopt dan een licentie van de ontwerper.
Ambachtslui kunnen zich toeleggen op het maken van exclusieve,
handgemaakte onderdelen of componenten in speciale materialen die
dankzij de modulariteit perfect gecombineerd kunnen worden met een in
massa geproduceerd modulair product. Anderen kunnen een fablab starten
waar mensen voor een maandelijks lidgeld spullen kunnen komen bouwen.
Kortom, iedereen kan zijn of haar brood verdienen in het systeem.
Samenwerkingseconomie
Thomas Lommée: “Het is niet onze ambitie om zelf een gigantische
fabriek te bouwen die alle mogelijke onderdelen produceert. De bedoeling
is niet dat OpenStructures een soort modulaire IKEA wordt. De
uiteindelijke ambitie van het project is de creatie van een collectief
economisch systeem, waarbij de ene producent baat heeft bij de productie
van de andere producent. Want de stukken die de ene produceert, kunnen
ook door de andere worden gebruikt. Dé fabriek bestaat straks niet meer.
Waar wij naartoe willen, zijn straten vol kleine winkeltjes en
werkplaatsen die allemaal een klein onderdeel maken van een groter
systeem. Een samenwerkingseconomie, een nieuwe middenstand. Niet één
grote speler die alles maakt. Het sociale aspect is ook zeer
belangrijk.”
“Ik heb het model beschermd, maar alleen om te verhinderen dat
iemand anders dat doet en het vervolgens afsluit”, legt Lommée uit. “Als
IKEA een product wil uitbrengen dat compatibel is met ons systeem, dan
is dat prima. Maar het model kan alleen maar werken als het open blijft.
Hoe groter OS wordt, hoe makkelijker het wordt voor een klein bedrijfje
of een ambachtsman om er mee in te stappen. Het volstaat om één slim
component te bedenken dat één of meerdere succesvolle toepassingen
heeft. Het uiteindelijke doel is het starten van een universele,
gezamenlijke
puzzel die het toelaat dat een zo breed mogelijk scala van mensen — van
ambachtslui tot multinationals — een zo breed mogelijk scala van
modulaire componenten ontwerpt, bouwt en uitwisselt.”
Hoe wordt het hergebruik georganiseerd?
OpenStructures ontwikkelde behalve een gemeenschappelijke
intermodulaire taal en een online database ook een prototype van een
werkplaats/atelier/stockageruimte in de Brusselse deelgemeente Elsene.
Dat soort magazijnen en ontmoetingsplaatsen moet de draaischijf worden
voor de organisatie van het hergebruik van de onderdelen en componenten.
Lommée: “Als een modulair product niet langer nodig is, en de
eigenaar ervan heeft geen zin om zelf met de onderdelen iets anders te
maken, dan gooit hij dat product niet weg of brengt hij het niet naar
een recyclagepark, maar komt hij naar een plek zoals deze. Wij halen het
product uit elkaar en stockeren alle onderdelen. Andere mensen kunnen
dan naar hier komen om onderdelen te kopen of om er ter plekke iets
anders mee te bouwen, eventueel in combinatie met nieuwe onderdelen die
ter plekke ontworpen en gemaakt zouden kunnen worden. Niet iedereen moet
zijn eigen producten zelf in elkaar zetten, maar na gebruik komt een
modulair object dus altijd in handen van een groep mensen die er wel mee
aan de slag wil.”
Prototypes
OpenStructures is een experimenteel project. Het bevindt zich, om in
de terminologie van software te blijven, in ‘bètafase’. De objecten, de
onderdelen, de database en het atelier zijn allemaal prototypes. De
werking van het model wordt sinds vijf jaar getest door studenten en
professionele ontwerpers op uitnodiging van Lommée. Ze maken prototypes
die vervolgens worden doorgegeven
aan andere mensen die er verder op bouwen. Het doel is momenteel het
onderzoeken wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van een open
modulair systeem, en onder welke omstandigheden dit het meest efficient
en gunstig kan functioneren.
Thomas Lommée: “Heel het project is een prototype van wat zou kunnen
zijn. De ambitie is om te onderzoeken hoe realistisch zo’n alternatief
is, en om te leren uit wat we doen. OpenStructures kan mislukken, maar
in elk geval zijn de vijf jaar tot nu toe een heel interessant
leerproces geweest.”
“Om te slagen heeft het model ook een soort schaarste nodig”, vervolgt
Lommée. “Je kan qua kostprijs niet concurreren met producten die in
China door goedkope werkkrachten worden gemaakt en vervolgens met
goedkope brandstof naar hier worden getransporteerd. We hebben die
oefening gemaakt. Je kan met een open modulair systeem producten kan
maken die goedkoper zijn dan wanneer je ze hier in een gewone fabriek
zou produceren, of ze laat maken door een lokale ambachtsman. Maar ze
zijn nog altijd duurder dan producten die uit China komen.”
Grid Beam: de voorloper van OpenStructures
OpenStructures is niet het enige en ook niet het eerste open modulair ontwerpsysteem voor objecten. Het Amerikaanse Grid Beam, dat ontstond in de late jaren zeventig van de twintigste eeuw, is een soort Meccano in groot formaat,
gebaseerd op geperforeerde balken uit hout, staal of aluminium. Het
systeem werd op zijn beurt geïnspireerd door een methode die al in de
jaren zestig werd bedacht door Ken Isaacs: Living Structures. Nog ouder zijn de geodetische koepels van de Amerikaanse architect Buckminster Fuller.
Met Grid Beam zijn al heel wat structuren gebouwd, zoals meubels,
tuinkassen, voertuigen, windmolens en constructies voor werkplaatsen.
Het mooie is ook in dit geval dat je bijvoorbeeld een stapelbed dat je
niet meer nodig hebt, makkelijk kan ombouwen tot een boekenkast, of
andersom. Dat kan je als consument veel geld besparen, en het is
uiteraard veel duurzamer dan het kopen van een nieuw meubel. Het systeem
vergemakkelijkt ook de constructie van objecten: een fout kan makkelijk
worden rechtgezet en balken staan als vanzelf loodrecht op elkaar.
Bovendien kan je er veel sneller dingen mee bouwen dan wanneer je moet
gaan lassen of timmeren.
De uitgangspunten van Grid Beam en OpenStructures zijn zeer
gelijklopend (open en modulair, gebouwd met het oog op demontage), maar
er zijn ook verschillen. Ten eerste is de ontwerptaal van Grid Beam een
stuk minder gesofistikeerd dan die van OpenStructures. De regels
schrijven voor dat de balken bepaalde afmetingen hebben en dat de gaten
op een welbepaalde afstand van elkaar worden geboord (de afstand tussen
de gaten is gelijk aan de breedte van de balk). Dat is alles.
Deze eenvoudige geometrie beperkt de reikwijdte van de objecten die
ermee kunnen worden gemaakt. Er kunnen alleen maar rechthoekige frames
mee worden gebouwd, en dan nog alleen in een bepaalde schaal — zo is
het systeem niet geschikt voor het maken van het frame voor een
koffiezetapparaat. Met OpenStructures is een veel grote diversiteit aan
objecten mogelijk. De hele infrastructuur rond OpenStructures is er
juist op gericht een zo groot mogelijke diversiteit aan compatibele
onderdelen te genereren.
Ten tweede is Grid Beam duidelijk een product van het pre-internet
tijdperk. Er hoort geen online infrastructuur bij waar je digitale
plannen kan downloaden. Wie een Grid Beam design wil kopiëren, wordt
aangeraden om naar een foto ervan te kijken en vervolgens de gaatjes in
de gebruikte balken te tellen.
Thomas Lommée: “Open modulaire systemen bestaan al lang, maar voor de
opkomst van internet bleef dit soort initiatieven heel sterk verbonden
aan een lokale gemeenschap. In feite is het internet de ontbrekende
schakel. Als je vandaag een knap ontwerp maakt voor een open modulair
object, dan zijn er morgen 100 andere mensen die het gaan nabouwen en
verder verbeteren.”
Niettemin lijkt Grid Beam na 40 jaar nu toch in een stroomversnelling te raken. In 2009 werd er een boek (PDF) uitgebracht over het systeem en eerder dit jaar werden de geperforeerde balken voor het eerst als bouwpakket te koop aangeboden.
Tot nu toe was er geen andere mogelijkheid dan de balken zelf te
perforeren, wat erg tijdrovend is en waarvoor je (zeker in het geval van
stalen of aluminium balken) gespecialiseerd materiaal voor nodig hebt.
Bit Beam, MakerBeam, OpenBeam en Contraptor
De afgelopen twee jaar zijn een aantal vergelijkbare systemen
ontwikkeld die in feite geminiaturiseerde versies zijn van Grid Beam,
gericht op het ontwerp van kleinere objecten. Voorbeelden zijn BitBeam en Contraptor.
Het laatste is specifiek bedoeld voor het zelf maken van
driedimensionale printers en lasersnijders, waarmee vervolgens nieuwe
onderdelen kunnen worden gemaakt.
Twee andere systemen, OpenBeam en MakerBeam, zijn dan weer ‘open’ versies van commerciële T-profielen.
De structuren van die gesloten systemen structuren zijn weliswaar
relatief goedkoop, maar ze werken alleen met speciale schroeven die erg
duur zijn — het business model van de scheermesjes dus. De open
alternatieven werken met standaard schroeven en bouten.
De onderdelen van al deze systemen worden online te koop aangeboden,
maar aangezien het open systemen zijn, kan je ook de plannen downloaden
en ze zelf maken of in productie nemen. Uit de eerste ervaringen blijkt dat het erg belangrijk is dat de onderdelen door
zoveel mogelijk fabrikanten op zoveel mogelijk plaatsen worden gemaakt. Zoniet kunnen de verzendingskosten zo
hoog oplopen dat een modulair systeem voor de consument niet meer
rendabel is.
Compatibiliteit van open modulaire systemen
Een heikel punt is de compatibiliteit tussen al deze open
modulaire systemen, alsook tussen open modulaire en gesloten modulaire
constructiemethoden. Contraptor is compatibel met Grid Beam en met
commerciële T-profielen. Bit Beam is compatibel met LEGO Technics, een
wat gesofistikeerdere versie van LEGO die meer op Meccano lijkt. Maar
daar houdt het op. MakerBeam is niet compatibel met OpenBeam. En
OpenStructures is niet compatibel met Grid Beam, en dus evenmin met
Contraptor of commerciële T-profielen.
Een belangrijke reden daarvoor is dat OpenStructures geen Amerikaans
systeem is. Het is
gebaseerd op het internationale metrische systeem (de meter en de
centimeter), terwijl Grid Beam gebaseerd is op de Angelsaksische
meeteenheid (de duim en de voet). De kans bestaat dus dat Grid Beam
straks een soortgelijke online infrastructuur als OpenStructures opzet
rond hun systeem, en daar vervolgens een samenwerkingseconomie rond
opbouwt. Contraptor deed al iets soortgelijks. De initiatiefnemers
van Grid Beam verwijzen op hun website bovendien expliciet naar
OpenStructures, met de opmerking dat er
van dat systeem “veel te lenen valt”.
Modulaire auto’s
Thomas Lommée: “Je ziet inderdaad hoe langer hoe meer soortgelijke
open modulaire systemen ontstaan. Maar elk van die systemen legt andere
accenten. Bij Contraptor ligt de nadruk bijvoorbeeld op precisie,
aangezien er robots en gesofistikeerde machines mee worden gebouwd. De
esthetiek is daar duidelijk niet van belang. Ik ben een ontwerper en dus
vooral geïnteresseerd in de vraag of open modulaire systemen ook
‘mooie’ objecten kunnen opleveren, dingen die je een plaats wil geven in
je interieur. Je hebt bijvoorbeeld ook WikiSpeed,
dat zich op de bouw van een open modulaire auto concentreert. Verder
zijn er nog heel wat ‘open hardware’ systemen die niet op
modulaire onderdelen zijn gebaseerd, of slechts in zeer beperkte mate,
zoals
Open Source Ecology. Ik denk niet dat al die systemen noodzakelijk
onderling compatibel moeten zijn. De toepassingen zijn heel verschillend.”
“Ik heb uiteraard lang getwijfeld tussen de duim en de centimeter”,
vervolgt Lommée. “Maar ik kwam uiteindelijk tot de conclusie dat het
metrische systeem makkelijker werkt, zeker in Europa. Bovendien lijkt
het systeem ook in de VS en Canada aan de winnende hand. Er is trouwens
iemand die een Europese versie van Contraptor
heeft gemaakt, gebaseerd op het metrische systeem en compatibel met
OpenStructures. Ook denk ik dat de wereld best wel groot genoeg is voor
twee systemen. Kijk maar naar de energiestandaarden. Je kan bovendien altijd wel een koppeling tussen twee systemen ontwerpen. Anderzijds besef ik
maar al te goed we in een netwerkmaatschappij leven waarin alles
verbonden is en gekopieerd wordt. En dat leidt er meestal toe dat er
eentje kopje onder gaat. En het is niet altijd de beste standaard die wint. Ik houd dus mijn vingers gekruist.”
Kris De Decker (Dank voor de tip, Tim Joye).
——————————————————————————————————-
Lees meer:
- Ambachten in de 21ste eeuw: “Bijna alles wat vandaag verkocht wordt, is brol”
- Maak alles zelf: online handleidingen en instructies voor lowtech doe-het-zelvers
- Een fabriek op je bureau: driedimensionale printers
- Open source energieproductie: de Solar Fire P32
- Bouw je eigen energiefiets of fietsmachine
- Verwarm je huis met een zonneboiler en een waterbatterij
- Leven zonder koelkast (1): maak een zonnedroger voor de tuin of het balkon
- Leven zonder koelkast (2): een lowtech koelkast voor groenten en fruit
- Automata: duurzaam speelgoed voor ingenieurs
- Maak je eigen lowtech verticale (moes)tuin
- Breimachine op windkracht: en 4 andere doe-het-zelfprojecten
——————————————————————————————————-
|
// http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js |
























Plaats een reactie