Tractors vervangen door echte paardenkracht kan de voedselproductie betaalbaar houden.
Het zijn niet alleen automobilisten en vrachtwagenchauffeurs die lijden onder de hoge brandstofprijzen. De landbouw draait grotendeels op fossiele brandstoffen, niet alleen voor het aandrijven van tractors en andere landbouwmachines, maar ook voor de aanmaak voor kunstmest. Het opnieuw introduceren van paarden als transportmiddel zou een slecht idee zijn – auto’s mogen dan lawaaierig, gevaarlijk en vervuilend zijn, rijdieren zijn dat evengoed. Maar in de landbouw zou het inzetten van paarden (of andere lastdieren) verrassend veel voordelen opleveren. In de Verenigde Staten – nog steeds de graanschuur van de wereld – hebben al enkele boeren hun tractor op stal gezet.
——————————————————————————————————–
|
// http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js // http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js |
——————————————————————————————————–
Duizenden jaren lang waren paarden, (muil)ezels, ossen, kamelen, buffels, lama’s en olifanten het enige alternatieve transportmiddel voor lopen. Dieren trokken karren en sleden beladen met goederen en passagiers, en karavaans van pakdieren doorkruisten bergketens, jungles en woestijnen. De vraag naar paarden steeg aanzienlijk met de komst van spoorwegen en stoommachines in de 19e eeuw.
Treinen, stoomboten en fabrieken brachten heel wat extra transport met zich mee. Werkpaarden zorgden voor het vervoer van steenkool naar treinstations en fabrieken en voor het rangeren van de stoomtreinen. In de mijnen zelf werd steenkool getransporteerd door paarden die nooit het daglicht zagen. De snelgroeiende bevolking in de steden liet zich naar de stations en de fabrieken vervoeren door paardentaxis, paardenbussen en paardentrams.
300.000 paarden
In 1890 waren er naar schatting 300.000 paarden in Londen (de bakermat van de Industriële Revolutie), terwijl de stad op dat moment zo’n 4,5 miljoen inwoners telde (dus 1 paard voor elke 15 inwoners). New York telde in 1880 tussen de 150.000 en 175.000 paarden en het totale aantal paarden in de Amerikaanse steden in 1900 werd geschat op 3 tot 5 miljoen. Niet al die dieren waren tegelijkertijd op de straat, omdat ze in ploegen werkten. Evengoed werd de paardenpopulatie in steden zoals Londen en New York aan het eind van de 19e eeuw zo groot dat de hygiëne en gezondheid van de mensen in gevaar kwam.
——————————————————————————————————–
Tractors vervangen door paarden betekent niet dat we terugkeren naar de Middeleeuwen – paarden sluiten geen zware machines of hoge opbrengsten uit
——————————————————————————————————–
Mest
In 1880 produceerden de 12.500 paarden in de Amerikaanse stad Milwaukee dagelijks 133 ton mest – meer dan 10 kilogram per paard per dag. Dat betekent dat de paardenpopulatie in Londen ongeveer 3.000 ton mest per dag produceerde, waarvan een aanzienlijk deel op de straatstenen belandde. Op droge dagen veranderde de mest in stof dat in de kleren en in het aangezicht van de mensen bleef kleven. Op regenachtige dagen werd de stad herschapen in een open riool – hoge laarzen waren meer dan een mode-fenomeen in die tijd.
De duizenden hoefijzers en stalen wielen moeten bovendien een ongelooflijke herrie hebben gemaakt en verkeersongevallen waren er niet minder als vandaag. Het lot van een paard in de stad was ook geen lolletje. Het voorttrekken van karren volgestouwd met goederen of mensen (soms met een gewicht van meer dan tien ton) op vuile en glibberige straatstenen was zo uitputtend dat de meeste dieren al na een paar jaar werk dood neervielen. Kortom, het herintroduceren van paarden in het stadsverkeer zou een ronduit geschift idee zijn.
Het grootste nadeel van paarden in de stad – mest – blijkt echter een zeer interessante eigenschap te zijn in de landbouw. Paardenmest is een uitmuntende bodemverbeteraar. Omdat tractoren geen mest produceren, moeten die bodemverbeteraars nu van elders komen. Soms is dat mest die afkomstg is van dieren die ergens anders gekweekt worden voor hun vlees, maar meestal zijn het kunstmatige meststoffen. De productie van kunstmest is goed voor bijna 30 procent van het energieverbruik in de landbouw (er zijn fossiele brandstoffen nodig voor de ingrediënten en voor de productie zelf). (Foto: de Fordson F2, de eerste in massa geproduceerde tractor).
Paarden hebben nog meer voordelen tegenover tractoren. Ze planten zich voort, iets waar tractors niet toe in staat zijn. Dat betekent dat er nog meer olie wordt bespaard, en andere grondstoffen zoals water, rubber en metalen, omdat je geen tractors meer moet produceren als je overschakelt op paarden. En terwijl tractors fossiele brandstoffen nodig hebben om te functioneren, is dat niet zo voor paarden.
——————————————————————————————————–
Paarden produceren hun eigen meststoffen en vermenigvuldigen zichzelf
——————————————————————————————————–
Met andere woorden: overschakelen van tractors naar paarden zou de landbouw haast volledig onafhankelijk maken van olie en mineralen – en dat is geen detail in een wereld waar (volgens velen) de olie en de mineralen snel opraken. Bovendien produceren paarden (in tegenstelling tot herkauwers zoals koeien) geen betekenisvolle hoeveelheid broeikasgassen, en vervuilen ze de lucht niet.
Veevoeder
Uiteraard hebben paarden wel energie nodig. Geen fossiele brandstoffen, maar veevoeder. Dat betekent dat het vervangen van tractors door paarden meer landbouwgrond vraagt om voedsel voor de dieren te kweken (land dat vervolgens opnieuw bewerkt moet worden door paarden). Tractors zouden hun energie ook van het veld kunnen halen, als we voedselgewassen omzetten in biodiesel of ethanol. Om te weten of het zinvolle strategie is om tractors te vervangen door paarden, moeten we dus weten hoeveel hectare extra landbouwgrond er nodig is voor het voeden van de paarden, en hoeveel er nodig zou zijn voor het “voeden” van de tractors.
Die berekening werd gemaakt in een studie gepubliceerd in het “American Journal of Alternative Agriculture”, acht jaar geleden. De olieprijs stond toen ruim vier keer lager dan vandaag, dus de onderzoekers hadden evengoed tegen een muur kunnen praten. Maar vandaag, temidden van alarmerende rapporten over dreigende voedsel- en energietekorten, klinken hun conclusies erg interessant.
23 miljoen paarden nodig
Steunend op de hoeveelheid paarden in verhouding tot het areaal landbouwgewassen in 1920 in Noord-Amerika (toen slechts 3,6 procent van de boederijen over een tractor beschikte), en op de hoeveelheid paarden die in 1997 werd ingezet op de boerderijen van de Amish (een Amerikaanse bevolkingsgroep die veel moderne technologie afzweert), berekenden de wetenschappers dat de Verenigde Staten nu 23 miljoen paarden zouden nodig hebben om de huidige 147 miljoen hectare landbouwgrond te cultiveren.
——————————————————————————————————–
De productie van kunstmest is goed voor bijna 30 procent van het energieverbruik in de landbouw
——————————————————————————————————–
Rekening houdend met de jaarlijkse voedselbehoeften van een werkpaard (1.300 kilogram graan, 1.600 kilogram alfalfa en 500 kilogram ruwvoer) en met de gemiddelde opbrengsten van deze gewassen, concluderen de onderzoekers dat de 23 miljoen paarden 9 miljoen hectare extra landbouwgrond zouden nodig hebben, of 6 procent van de Amerikaanse landbouwgrond. Om te tractors te “voeden” met voedselgewassen, is er 7,4 miljoen hectare nodig, of 5 procent van de landbouwgrond, wat traktoren iets efficiënter maakt dat paarden.
Maar dit betreft alleen het “brandstofverbruik”. Om een juiste vergelijking te maken, moeten er nog twee andere factoren in rekening worden gebracht: het feit dat paarden bodemverbeteraars produceren zonder extra input van energie, en het feit dat paarden zichzelf voortplanten en dus niet moeten “geproduceerd” worden.
De onderzoekers drukken deze energiebehoeften uit in oppervlakte aan landbouwgewassen, om de resultaten te kunnen vergelijken met de eerder verkregen uitkomsten (ze gaan er dus van uit dat kunstmatige meststoffen en tractors geproduceerd worden met energie geleverd door energiegewassen). Ze nemen ook de energie die nodig is voor het produceren van veevoeder in rekening.
Het plaatje ziet er dan helemaal anders uit. De landbouwgrond die nodig is om de paarden te voeden stijgt naar 16 miljoen hectare of 11 procent van de Amerikaanse landbouwgrond (omwille van de energie die nodig is om veevoeder te maken uit veevoedergewassen), terwijl de landbouwgrond die nodig is voor het “voeden” en produceren van tractors (en kunstmest) stijgt naar 38 miljoen hectare of 26 procent van de landbouwgrond. Conclusie: wanneer alle factoren in rekening worden gebracht, vraagt de landbouw met tractors bijna 2,5 keer meer energie dan de landbouw met paarden.
——————————————————————————————————–
De energie-efficiëntie van de landbouw is flink gedaald met de komst van tractors
——————————————————————————————————–
Een Zweedse studie uit 2002 kwam tot gelijkaardige resultaten: ze concludeerde dat een op tractors gebaseerde landbouw 67 procent meer energie verbruikt dan een op paarden gebaseerde landbouw. De Zweden berekenden ook dat de energie input in de (lokale) landbouw met een factor 13 steeg van 1927 tot 1981, terwijl de totale landbouwproductie in 1981 slechts 2,4 keer groter was dan in 1927. De energie-efficiëntie van de landbouw is dus flink gedaald met de komst van tractors. (het volledige Zweedse onderzoek staat hier).
Zijn er genoeg paarden?
Het vervangen van tractors door paarden is echter niet vanzelfsprekend – en dan hebben we het niet eens over het feit dat veel mensen het idee niet serieus nemen. Het grootste probleem is dat er niet genoeg paarden zijn. De Verenigde Staten tellen momenteel ongeveer 9 miljoen paarden – er zijn er bijna drie keer zoveel nodig. Die populatie vergroten vraagt tijd, dus als we in de nabije toekomst paarden willen herintroduceren, beginnen we de dieren nu best te fokken.
Een tweede probleem is dat slechts een klein deel van die paarden werkpaarden zijn – meer dan een ton wegende beesten met gespierde achterwerken. Een trekpaard – België was honderd jaar geleden een van de belangrijkste exporteurs ervan – is uitermate geschikt voor het voorttrekken van een zware last. Als we rijpaarden in de landbouw zouden inzetten, dan zijn er veel meer dieren nodig. Paarden zijn niet zo natuurlijk en low-tech als ze op het eerste gezicht lijken. Zware werkpaarden zoals de Percheron, het Belgische trekpaard, de Shire of de Clydesdale zijn het resultaat van eeuwenlang fokken door de mens.
Het Belgische trekpaard
Helaas doen deze rassen het niet zo goed. De situatie is niet zo alarmerend als vijftig jaar geleden, toen veel rassen zo goed als uitgestorven waren. Hun aantal is er weer op vooruit gegaan, maar de populatie is nog altijd klein genoeg om de dieren kwetsbaar te maken voor genetische mankementen.
Bovendien worden de meeste trekpaarden nu uitsluitend voor hun uitzicht gekweekt, en deze karakteristieken komen niet altijd overeen met de behoeften van de landbouw, of zelfs met een goede gezondheid. Als werkpaarden zouden uitsterven, dan zou het vele eeuwen duren om ze weer tevoorschijn te toveren (“paarden-technologie” ging al eerder in de geschiedenis verloren, na de val van Rome).
——————————————————————————————————–
Paarden zijn niet zo natuurlijk en low-tech als ze lijken. Het werkpaard is een product van de mens
——————————————————————————————————–
Zelfs als we genoeg werkpaarden kunnen fokken, dan nog zal de landbouw danig moeten veranderen. De voordelen van een tractor zijn snelheid en gemak. Het is gemakkelijker om een tractor te besturen dan een span paarden, en het gaat een stuk sneller. Er is niet zo veel verschil in snelheid, maar door hun grotere vermogen kunnen tractors zwaardere en bredere ploegen trekken, zodat ze niet zo vaak heen en weer over een veld moeten om het te ploegen. Het gebruik van verschillende spannen paarden tegelijkertijd past daar een mouw aan, maar dat betekent ook dat je meer landbouwers nodig hebt.
Computerscherm
Paarden moeten ook verzorgd worden, zeven dagen per week, ook als ze niet aan het werk zijn. En ze mogen dan wel mest op het veld droppen, ze verspreiden die niet noodzakelijk gelijkmatig. Dit alles betekent dat een op paarden gebaseerde landbouw heel wat meer mankracht zou vragen. Er zouden opnieuw meer mensen in de landbouw moeten werken – terwijl in industriële samenlevingen nu haast niemand meer op het veld werkt. Mensen zo ver krijgen om een hele dag lang naar de kont van een paard in plaats van naar een computerscherm te staren, zou wel eens lastig kunnen zijn.
Langs de andere kant betekent de herintroductie van paarden allerminst dat we terugkeren naar de Middeleeuwen. Paarden sluiten geen zware machines, hoge opbrengsten of high-tech uit. Het paard is in de landbouw een relatief modern fenomeen. In de oudheid en doorheen de Middeleeuwen werden velden geploegd door ossen. In Europa en Noord-Amerika namen paarden die taak pas over in de 19e eeuw met de introductie van een nieuwe generatie gesofistikeerde machines die te zwaar was voor ossen. Deze machines vroegen meer paardenkracht, maar ze verhoogden de opbrengst en verminderen de nood aan mankracht aanzienlijk. Zonder dat er tractors aan te pas kwamen.
Spitstechnologie
In de VS was het in de tweede helft van de negentiende eeuw niet ongewoon dat een 12 meter brede en 15 ton zware oogstmachine door een span van 40 paarden werd voortgesleept, bestuurd door slechts 5 of 6 landbouwers (zie foto). Dat waren eenvoudige rijdieren, omdat de meeste Europese trekpaarden pas aan het eind van de negentiende eeuw werden geïmporteerd (deze dieren werden meestal niet zelf ingezet op het veld, maar gebruikt om de bestaande paardenpopulatie te “upgraden”).
Vandaag de dag is landbouwkundig materiaal afgestemd op krachtige tractors. Met 21ste eeuwse technologie moet het mogelijk zijn om extreem lichte machines te ontwerpen die paardenkracht kunnen combineren met hoge opbrengsten, hoge snelheden en eenvoudige besturing.
© Kris De Decker
|
// http://pagead2.googlesyndication.com/pagead/show_ads.js |
——————————————————————————————————–
De landbouwmachines van de toekomst?
Uw stoelgang kan de wereld redden
Maak je eigen lowtech verticale moestuin
Geschiedenis (en toekomst?) van de industriële windmolen.
De handel in virtueel water : we verbruiken veel meer water dan we denken
Dossier alternatieve brandstoffen : rijden of eten?
Drijf je laptop aan met spierkracht : menselijke energie
De verticale boerderij : moeten we de voedselproductie naar de steden verhuizen?
Vakantie zonder vliegtuigen : waar is het passagiersschip naartoe?
Weg met het gazon : prairietuinen, puintuinen, regentuinen en beestentorens









Geef een reactie op Stormbeest Reactie annuleren